Tourette-plus : Algemene info
(Geassocieerde symptomen en stoornissen)
Dr. J. Steyaert
 

Toen Georges Gilles de la Tourette in 1885 het later naar hem genoemde syndroom beschreef, deed hij dit aan de hand van een aantal "kernsymptomen" die bij alle patiŽnten in kwestie voorkwamen. Het viel hem echter op dat enkele van zijn patiŽnten ook klachten hadden, die niet behoorden tot wat hij als de kernsymptomen zag. Onder meer beschreef hij automutilatie bij enkele van zijn patiŽnten. Er was dus sprake van zogenaamde comorbiditeit, wat betekent dat twee ziekten vaker dan toevallig samen voorkomen. Of ging het eerder om geassocieerde symptomen, het verschijnsel waarbij bepaalde symptomen dikwijls, maar zeker niet altijd, voorkomen bij een bepaalde aandoening. Deze discussie is niet opgelost. Wel heeft onderzoek steeds duidelijker en meer gedetailleerd aangetoond dat het klinisch beeld van Tourette Syndroom (TS) niet eenvoudig is. De kernsymptomen zijn duidelijk en weinig omstreden: het gaat om verschillende motorische tics en geluidstics, die zich chronisch voordoen, meestal met een schommelend verloop en verschuivingen van de tics. Het is echter veel minder duidelijk in welke mate andere symptomen, zoals het gebruik van schuttingswoorden (coprolalie) of impulsief gedrag, echt bij het syndroom horen, en wanneer er sprake is van een bijkomende aandoening, zoals bijvoorbeeld Attention Deficit & Hyperactivity Disorder (ADHD). Het interpreteren van onderzoeksgegevens op dit vlak is ook niet gemakkelijk omdat de ene studie kijkt naar mensen met TS in de totale bevolking, terwijl een andere studie uitsluitend personen met TS onderzoekt die in de hulpverlening zijn. Deze laatste groep heeft gemiddeld aanzienlijk meer bijkomende symptomen en andere aandoeningen dan de eerste groep. Voor de duidelijkheid zullen we eerst de klachten en symptomen beschrijven die echt wel tot TS lijken te horen, daarna kijken we naar aandoeningen die vaak voorkomen bij TS.

Het brede veld van TS-symptomen

Personen die aan TS lijden kan men in drie groepen indelen.
(1) Bij een eerste groep komen alleen de reeds eerder genoemde kernsymptomen voor: chronische motorische tics en geluidstics, zoals kuchen, snuiven of geluidjes maken. Deze groep kan men als "zuiver TS" beschouwen. Deze groep is de grootste. Volgens sommige onderzoeken zou het ongeveer om ťťn op vijftig kinderen gaan (2% van de schoolbevolking). De meeste personen met deze vorm komen echter niet in de hulpverlening, wellicht omdat veel van hen weinig klachten hebben.
(2) Daarnaast hebben een aantal personen bijkomende symptomen, zoals het gebruik van schuttingswoorden en dergelijke. Het is de groep met "uitgebreide TS". Deze personen hebben veel klachten. Hun omgeving lijdt vaak ook onder de problemen. We bespreken de symptomen van deze groep zo meteen.
(3) De derde groep, die men als "TS plus" kan beschouwen, zijn personen die niet alleen TS hebben, met beperkte of met uitgebreide symptomen, maar ook een andere aandoening, zoals ADHD of Obsessief-Compulsieve Stoornis (OCS).

Copro-fenomenen

Het is niet helemaal duidelijk hoe vaak coprolalie (het onaangepast gebruik van schuttingstaal) en copropraxie (het onaangepast gebruik van obscene gebaren) voorkomen. Het voorkomen van deze copro-fenomenen blijkt merkwaardig genoeg enigszins cultuurgebonden: in Europa komt het bij iets minder dan ťťn derde van de mensen met Tourette voor, in Japan bij slechts 4%. Merk wel, het gaat hier om "patiŽnten", of mensen die wegens hun probleem hulpverlening krijgen. Bij de totale groep mensen met TS, dus ook de "niet-patiŽnten", komen copro-fenomenen minder vaak voor. Nauw verwant aan de copro-fenomenen zijn de zogenaamde NOSI, een Engels letterwoord voor non-obscene inappropriate behaviours, of niet-obscene maar onaangepaste gedragingen. Het gaat om een drang om vervelende dingen te zeggen aan anderen, bij voorkeur vreemden, zoals opmerkingen over hun gewicht, geur en dergelijke. Soms gaat het ook om een drang om zich onaangepast te gedragen, zoals een drang om te vechten, zaken wegpakken e.d. Het gaat hier om een soort ontremmingsverschijnselen: een (vervelende) gedachte dringt zich heel sterk op in de geest van de persoon met TS. Met min of meer moeite kan deze de gedachte onderdrukken, maar af en toe lukt dit niet meer en gaat er wat fout. Heel deze groep van symptomen doen zich vrij zelden voor op kinderleeftijd, maar lijken toe te nemen, vooral in de puberteit en jonge volwassenheid. Dit verschijnsel is trouwens vrij algemeen bij TS: op jonge leeftijd zijn de symptomen vager en meer motorisch van aard, later krijgen ze duidelijker vorm en de mentale componente, dwang- en dranggedachten, wordt sterker.

Echo-fenomenen

Een aantal personen met TS hebben een moeilijk te onderdrukken drang om woorden van anderen te herhalen, echolalie, of gebaren na te bootsen, echopraxie. Op zich is dit vrij onschuldig, maar het kan sociaal wel vergaande gevolgen hebben: als de persoon die wordt nagebootst de persoon met Tourette niet kent, kan deze denken dat hij/zij in het belachelijke wordt getrokken door de persoon met Tourette, met alle gevolgen van dien. Op school gaan andere kinderen het TS-kind met echo-fenomenen op hun beurt nabootsen als pesterij.

Pali-fenomenen

Deze fenomenen lijken erg op de vorige met dat verschil dat de TS-persoon zichzelf nabootst. Bij palilalie gaat hij/zij het laatste woord van een zin herhalen, bij palipraxie een beweging tweemaal uitvoeren. Ook dit wordt door de persoon ervaren als een moeilijk te onderdrukken drang. Op zich zijn deze pali-fenomenen heel onschuldig, maar ze leiden er wel toe dat de persoon die ze vertoont vreemd overkomt bij zijn omgeving, en uitgelachen kan worden.

Tourette-plus

De eerder vermelde symptomen zijn een onderdeel van TS. Ze komen zelden of nooit alleen voor. ADHD, OCS en enkele andere psychiatrische aandoeningen komen echter wel alleen voor. Bij TS komen ze echter aanzienlijk vaker voor dan bij mensen zonder TS. Al lopen de schattingen omtrent het voorkomen van deze andere aandoeningen bij TS-personen erg uiteen, valt wel op dat de aantallen bij groepen mensen met TS veel hoger zijn dan bij personen met TS die niet in de hulpverlening zijn. Het blijkt dat personen met TS plus een andere aandoening veel meer problemen hebben in het leven dan de personen met zuiver TS.

Lees verder over ADHD, Dwangmatige stoornissen en andere stoornissen.

 
Laatste wijziging op 15-02-2007
Copyright © vzw Vlaamse vereniging Gilles de la Tourette